Zoeken met Google Foto's zoeken met Flickr

Algemene informatie over de republiek Malta

Het wapen van MaltaHet wapen van Malta.

De dwergrepubliek Malta (of officieel Repubblika ta' Malta) bestaat uit een aantal eilanden in de Middellandse Zee. Het grootste eiland van de republiek is Malta. Behalve Malta behoren ook Gozo (Ghawdex), Comino (Kemmuna) en de onbewoonde eilandjes Cominotto (Kemmunett), St. Pauls eiland en Filfla (Filfola) tot de republiek. De hoofdstad van Malta is Valletta. De oppervlakte van de eilanden gezamenlijk is ongeveer 316 vierkante kilometer. Malta is daarmee bijna twee keer zo groot als het Waddeneiland Texel. Malta telt in 2010 volgens Eurostat ongeveer 416.333 inwoners. Hierdoor is het één van de dichtst bevolkte landen van de wereld. Malta behoort tot de Europese Unie en het Gemenebest van naties; het voormalig Brits Gemenebest. De naam Malta is afgeleid van het Griekse woord 'Malet', dat 'plaats van bescherming' betekent. Het ligt in het zuiden van Europa in de Middellandse Zee op 93 kilometer ten zuiden van het Italiaanse eiland Sicilië. Tussen Malta en Sicilië ligt een stuk Middellandse Zee dat het kanaal van Malta wordt genoemd. Ten zuiden van Malta ligt op 290 kilometer het noorden van Afrika en ten westen ligt Tunesië. Valletta ligt een stuk zuidelijker dan de Tunesische hoofdstad Tunis. Toch is Malta niet het zuidelijkste punt van het continent Europa. Dat is namelijk het Griekse eiland Gavdos, dat onder het eiland Kreta ligt. Ongeveer halverwege Malta en Tunesië liggen de Pelagische Eilanden (Lampedusa, Linosa en Lampione). Dit zijn vulkaaneilanden die, ondanks dat ze op het Afrikaanse continentale vlak liggen, bij Italië horen. De eilanden van Malta bestaan vooral uit rots en zijn over het algemeen vlak tot heuvelachtig. Het hoogste punt, Ta'Dmejrek ligt op 253 meter hoogte, dicht bij de plaats Dingli. Langs de kust vind je vooral aan de zuidkant vaak steile kliffen.

Inwoners

Nationale feestdagen.
01 jan. - Nieuwjaarsdag
10 feb. - Paulus' schipbreuk
19 mrt. - St. Josef
31 mrt. - Vrijheidsdag
14 apr. - Goede vrijdag
01 mei. - Dag van de arbeid
07 jun. - Sette Giugno
29 jun. - L-Imnarja (st. Peter & St. Paulus)
15 aug. - Maria-Hemelvaart
08 sep. - Our lady of victories
21 sep. - Onafhankelijkheidsdag
08 dec. - Onbevlekte Ontvangenis
13 dec. - Dag van de Republiek
25 dec. - Kerst

De meeste bewoners van Malta zijn autochtone inwoners van het land, de Maltezers. Zij zijn bij hun ontwikkeling sterk beïnvloed door de Italianen en andere mediterrane volkeren. Ruim 98% van de inwoners is rooms-katholiek. Plaats voor andere godsdiensten is er dus nauwelijks. Over het algemeen zijn de Maltezers streng gelovig. Veel van de nationale feestdagen zijn feitelijk christelijke feest- of gedenkdagen. Het land kent twee officiële talen, het Engels en Maltees. Vrijwel alleen de jongeren spreken goed Engels. De ouderen spreken alleen Maltees. De Maltezers zijn over het algemeen gezond en de gezondheidszorg is goed geregeld. De bewoners zijn modern, beschikken vrijwel allemaal over een mobiele telefoon en het gebruik van internet neemt sterk toe. Het gemiddeld salaris, wat een arbeider in een jaar verdient, bedraagt ongeveer € 19.200, -.

Een voortdurend probleem voor de Maltezers is het gebrek aan vers drinkwater. Er bevinden zich geen noemenswaardige natuurlijke waterbronnen op het eiland. Ook is er op het gehele eiland geen enkele rivier te vinden. Tot voor kort werd het water dat in de regenperiode viel bewaard voor de droge periodes. Naarmate de vraag naar water is toegenomen zijn er een aantal desalinatie-installaties gebouwd, waar zout zeewater door middel van een osmoseproces wordt verwerkt tot drinkwater. De grootste installatie staat bij het plaatsje Pembroke en produceert 54.000 kubieke meter drinkwater per dag. Ook bij Cirkewwa (18.600 kuub), Ghar Lapsi (24.000 kuub) en Marsa (4.500 kuub) staan zulke waterfabrieken. Gezamenlijk voldoen zij aan de schoonwaterbehoefte op Malta. Overal op het eiland zie je grote tanks op de daken van huizen staan. Mensen denken vaak dat daar regenwater in wordt opgevangen. Dat is niet het geval. De silo's bevatten leidingwater en dienen om tegendruk op het waterleidingstelsel te bieden op momenten waarop er teveel water gebruikt wordt en bij storingen.

Een opkomend probleem is het grote aantal illegale immigranten dat Malta te verwerken krijgt. In het jaar 2008 waren dat er ongeveer 2775. Het merendeel van hen komt vanuit Somalië en vertrekt bij kalme zee met kleine bootjes vanuit Libië naar Malta. Malta slaagt er steeds minder in om deze mensen op een humane manier te huisvesten en krijgt daarop kritiek vanuit de internationale gemeenschap. Malta, op haar beurt, verzoekt de EU veelvuldig mee te helpen bij het oplossen van het probleem. Nederland is een van de weinige landen die enige hulp aanbiedt. De expertise voor de registratie van vluchtelingen op Malta is bijvoorbeeld afkomstig van de COA's in Nederland.

De populairste sport op Malta is voetbal. Ook waterpolo is populair. Buiten de zomers houden veel mensen zich bezig met paardensport en dan met name de rensport. Op internationaal niveau presteren de Maltese atleten niet hoog. Alleen in de GSSE (Games of the Small States of Europe; met Andorra, Cyprus, IJsland, Liechtenstein, Luxemburg, Monaco en San Marino), worden wel eens prijzen gepakt. Het vangen van vogels is van oudsher populair. Trekvogels worden met behulp van lokvogels in kooien naar een jachtgebied gelokt en aldaar gevangen met behulp van netten of gewoon met een geweer. Milieubewegingen slagen er steeds beter in mensen er bewust van te maken dat de jacht op vogels schadelijk is. Dit heeft er toe geleid dat het jachtseizoen een aantal malen niet geopend is door de overheid.

Tip!: Op Google Video is de bijna 25 minuten durende informatieve documentaire van One, Two, Travel te vinden. Je kunt deze film gratis zien door deze link te volgen.

Regering

De hoofdstad van Malta is Valletta. Vanuit Valletta wordt de hele republiek geregeerd. Er zijn 68 electorale districten (councils), vergelijkbaar met gemeenten, met een eigen bestuur. Tezamen met de landelijke overheid vormen zij de enige twee bestuurslagen die Malta kent. De councils (de stadsbesturen) dragen zorg voor het uitvoeren van de wetten die in Valletta worden bedacht. Voor het eiland Gozo telt Victoria (Rabat) als hoofdstad.

De republiek Malta is een parlementaire democratie. De president van Malta is, sinds 4 april 2009, George Abela. Hij volgde Eddie Fenech Adami op. In principe bekleedt elke president deze ceremoniële functie voor 5 jaar. De president wordt gekozen door het huis van afgevaardigden. Het huis van afgevaardigden, te vergelijken met onze tweede kamer, bestaat uit minstens 65 personen. 5 van hen komen altijd uit regio Gozo/Comino. Ook komt uit dit district altijd minstens één minister. De afgevaardigden werden voor het laatst gekozen tijdens de verkiezingen op 8 maart 2008.

De minister-president (de feitelijke regeringsleider) is, sinds 23 maart 2004, Lawrence Gonzi. Deze functie kreeg hij omdat zijn partij, de PN, de verkiezingen won. De PN (Partit Nazzjonalista) is de nationalistische partij. Iets kleiner is de MLP (Partit Laburista); de arbeiderspartij van Joseph Muscat. Sinds mensenheugenis maken de PN en MLP uit welke partij het grootste wordt. Andere partijen hadden tot nu toe weinig bestaansrecht. Daar belooft de Azzjoni Nazzjonali (Nationale Actie) van de steenrijke Josie Muscat verandering in aan te brengen. Deze nieuwe partij profileert zich voornamelijk op basis van het immigratieprobleem dat volgens de partij vooral voortkomt uit het lidmaatschap van de EU. De Alternattiva Demokratika (de groene partij) is de laatste groepering van enige betekenis.

De laatste maal dat Gonzi tot minister-president gekozen werd was op 8 maart 2008. Begin februari had Adami op verzoek van Gonzi het parlement ontbonden. Bij de nieuwe verkiezingen won de PN van Gonzi met een verschil van slechts 1.580 (op ruim 300.000) stemmen. Hierdoor kon de derde regeringstermijn als minister-president voor Gonzi aanvangen.

Sinds mei 2004 behoort Malta tot de Europese Unie. Over de toetreding werd een referendum gehouden. 53,6% van de bevolking was voor toetreding tot de unie. De PN was voor toetreding en de MLP was tegen. Ondanks dat de bevolking voor toetreding stemde claimde de MLP de overwinning, wat het vreemde gevolg had dat zowel het voor- als het tegenkamp feest vierden na het tellen van de stemmen. Toen de MLP geen gelijk kreeg wilde leider Alfred Sant eerst een nieuw referendum laten uitroepen. Later riep hij de bevolking op de toetreding tot de EU te boycotten. De bevolking gaf hier echter weinig gehoor aan. Het voorval is typisch voor de Maltese politiek. De ene partij neemt een standpunt in en de andere gaat hier recht tegenin. Tijdens verkiezingen wint vaak de partij die daarvoor niet het grootst was. De bewoners vinden steeds de partij die regeert maar niets en kiezen dan voor de andere partij om bij de volgende verkiezingen om dezelfde reden toch maar weer de eerste partij te kiezen.

Ontdek Malta
DVD Ontdek Malta

Slechts € 5,99!

Geschiedenis

1. Prehistorie

Het eerste bewijs van bewoning op Malta komt uit ongeveer 5200 jaar v. Chr. Verschillende bouwwerken op Malta en Gozo, die nu nog bestaan, komen uit die periode. De eerste bewoners kwamen waarschijnlijk vanaf Sicilië en vestigden zich in grotten, zoals bij Ghar Dalam. Zij hielden zich voornamelijk bezig met de landbouw. Daarnaast zijn ze verantwoordelijk voor de bouw van de megalithische tempels op de eilanden. Later kwamen andere volkeren naar de eilanden toe. Vanaf het ongeveer 2300 jaar v. Chr. kwamen de Tarxien naar Malta. En rond 1450 jaar v. Chr. Kwamen daar de Borg in-Nadur bij. De Tarxien werden in hun cultuur opgenomen. Rond 900 jaar v. Chr. kwamen daar de kolonisten van de Bahrija bij. De volkeren leefden in relatieve vrede met elkaar samen. Ongeveer 100 jaar later kwamen de Feniciërs naar Malta. Dit was een handelsvolk dat de strategische ligging van Malta gebruikte voor de handel in het westelijke deel van de Middellandse Zee. Weer 100 jaar later koloniseerden de Puniërs vanuit Carthago de eilanden.

De Punische oorlogen maakten een eind aan de vrede op Malta. Tijdens deze oorlogen, tussen Rome en Carthago (het huidige Tunis), gebruikten de Puniërs Malta als haven voor de oorlogsschepen. De oorlogen duurden van het jaar 262 v. Chr. tot het jaar 242 v. Chr. Vanaf het jaar 218 v. Chr. behoorde Malta echter tot het Romeinse rijk.

2. Romeinen

Vooral vanwege het uitstekende Maltese textiel ging het de Maltezers economisch gezien voor de wind tijdens de Romeinse overheersing. Malta werd onderdeel van de provincie Sicilië. Het kreeg dezelfde politieke en militaire organisatie als het gehele Romeinse rijk. Op de plek van het huidige Mdina werd een fort gebouwd, dat Rabat werd genoemd. Dit werd tevens de hoofdstad van het eiland.

Volgens het verhaal spoelde de apostel Paulus tijdens een schipbreuk op zijn reis naar Rome. Later zou hij zijn veranderd in de Romeinse gouverneur Publius, de eerste bisschop van Malta. Vooral naar Sint Paul worden ook nu nog veel zaken vernoemd op Malta.

Van de Romeinse overheersing zijn, behalve wat aquaducten, weinig zaken overgebleven. Interessant is dat de Maltezers de Latijnse taal niet overnamen van de Romeinen. Ze bleven waarschijnlijk een dialect uit de prehistorie spreken.

3. Byzantijnen

Vanaf de vijfde eeuw kreeg de ondergang van het Romeinse rijk invloed op Malta. Malta en Sicilië samen werden geregeerd door de Vandalen. Later probeerden de Romeinen het eiland te vergeefs te heroveren. De byzantijnse generaal Belisarius landde in het jaar 533 op Malta.

4. Moslims

In de negende eeuw begonnen de moslims de Maltese eilanden aan te vallen. Officieel werd het eiland in het jaar 870 door de moslims ingenomen. Pogingen van de Byzantijnen (Byzantium is het huidige Istanbul) het eiland terug te veroveren leverden niets op. Waarschijnlijk vluchtten de oorspronkelijke bewoners van de eilanden naar Sicilië. De eilanden ontwikkelden zich waarschijnlijk net als de andere gebieden waar de moslims kwamen, zoals in Noord-Afrika, Spanje en het middenoosten. Verschillende technieken werden door de moslims geïntroduceerd. Vooral middelen voor irrigatie waren voor Malta zeer belangrijk. De moslims gebruikten de natuurlijke havens van Malta voor hun schepen. De hoofdstad werd Mdina. Veel van de huidige plaatsnamen komen uit deze periode.

5. Middeleeuwen

Vanaf de elfde eeuw werd er in het Middellandse Zeegebied gevochten tussen de christenen en moslims. Ook Malta werd in de oorlog betrokken. Moslimpiraten gebruikten Malta als basis om aan te vallen richting het oosten. Rogier de eerste, graaf van Sicilië, nam wraak op de moslims en veroverde Malta in het jaar 1090. Malta werd onderdeel van het Normandische rijk. De moslims bleven op het eiland, maar in plaats van het aanhangen van de moslims deden ze dat met de Normandiërs. Op verschillende manieren werd het christelijke geloof geïntroduceerd op het eiland. Zo werden er onder andere kerken gebouwd.

Malta en Sicilië kwamen in het jaar 1194 onder het gezag van het huis van Hohenstaufen. Deze dynastie stond onder leiding van Hendrik de vierde (de in november 1165 in Nijmegen geboren Duitse koning). Toen hij op 28 september 1197 stierf begon er een burgeroorlog in Duitsland. Verschillende Hohenstaufens (Frederik, Koenraad, Konradin en Manfred) kwamen binnen korte tijd aan de macht. Vanaf het jaar 1266 kwam Karel de eerste van Anjou, met hulp van de paus, aan de macht. Hij vermoordde Konradin en moordde daarmee het geslacht van de Hohenstaufens uit. De overheersing van Karel van Anjou duurde niet lang. Hij was niet populair, vanwege hoge belastingen en zijn vertrouwen in de Fransen. Door opstanden in het jaar 1282 kwam er een eind aan de overheersing van de Anjou's. De Spanjaard Peter van Aragon steunde de opstanden en kreeg de controle over Sicilië en Malta en werd koning van de regio.

6. Spanjaarden

Malta werd onderdeel van een aantal staten onder de kroon van Aragon. De bewoners van Malta volgden de koningen trouw. De Aragonezen gebruikten het eiland en in ruil daarvoor verdedigden ze het tegen vijandelijke overheersers. De koning van Aragon leende het eiland echter aan nobelen van Sicilië, waardoor er een opstand uitbrak. Koning Alfons de vierde beloofde echter dat het eiland onder zijn leiding zou blijven. Tijdens deze periode werd het eiland ook geplaagd door de pest en de moslims - en vrijwel al het andere schorem dat een boot kon besturen - plunderden het eiland regelmatig. Veel van de bewoners werden meegenomen naar Noord-Afrika om als slaaf te werk te worden gesteld.

De Aragonezen konden hun belofte het eiland te beschermen niet waarmaken. Voor hen werd het te duur. Ook de eilandbewoners zelf konden het eiland niet beschermen. Omdat de koningen van Aragon het strategische belang van Malta niet onderschatten werd er een oplossing bedacht. Karel de vijfde verhuurde Malta in het jaar 1530 aan de ridders van de Johannieterorde van Jeruzalem in ruil voor een jaarlijkse bijdrage van twee Maltezer valken; één voor de Spaanse keizer en één voor de onderkoning van Sicilië.

7. De ridders van Malta

Nadat de ridders van de Johannieterorde het Griekse eiland Rhodos verloren in het jaar 1522, kwamen zij zonder thuisbasis te zitten. Het aanbod van Karel de vijfde kwam hen dus prima uit. Al vonden zij Malta in het begin niet ideaal. Ze schreven erover dat het eiland eigenlijk niet meer was dan een rots zandsteen waarop slechts op een paar plekken vruchtbare aarde lag. Er was geen zoet water, er waren geen bronnen, het hout was zo schaars dat het per pond verkocht werd en de 12.000 inwoners waren straatarm. Het alternatief was Tripoli, maar daar wilden de ridders al helemaal niet naartoe. Dus werd het Malta. Daar maakten ze goed gebruik van de voordelen die het eiland hen bood. Zo gebruikten ze de natuurlijke havens en zetelden ze zich in het beschutte Birgu.

In mei van het jaar 1565 begon de slag om Malta. Deze oorlog is beroemd onder de naam 'the great siege'. 48.000 Ottomaanse Turken onder leiding van gouverneur Dragut van Tripoli (Libië) probeerden de ridders van Malta te verjagen. Onder leiding van Grootmeester Jean la Vallette wisten de ridders op heroïsche wijze stand te houden, totdat er op 7 september 1565 hulp kwam van de Spaanse missionaris Garcia de Toledo. Hij landde met slechts 8.000 troepen op Mellieha beach. Daarmee werden de gedemoraliseerde Ottomanen gedwongen de strijd te staken. Zij die niet tijdig konden vluchten werden op beestachtige wijze afgeslacht.

Na 'the great siege' begonnen de ridders met de bouw van de onoverwinnelijk geachte ridderstad Valletta, waardoor het gevaar dat de moslims opleverden werd geëlimineerd. Ze bouwden tal van gebouwen. Voornamelijk in de steden rond de Grand Harbour. Zo bouwden ze een ziekenhuis dat één van de beste een grootste van Europa was. Opmerkelijk was dat men hier patiënten behandelde ongeacht hun sociale afkomst, ras, rang of geloof; ook niet katholieken werden behandeld.

De Johannieterorde kreeg een belangrijke politieke rol in de regio. In de steden vormden ridders uit de verschillende streken uit Europa hun eigen 'langue'; een soort gemeenschap met eigen voorzieningen. De ridders op Malta genoten een enorme welvaart. Zij bestuurden het eiland tot in het jaar 1798, toen Napoleon ten tonele verscheen.

8. Napoleon

In 1797 werd Ferdinand von Hompesch grootmeester van de ridderorde. Tijdens zijn leiding vormden ridders van een Franstalige langue samen met wat edelmannen van Malta een propagandastrijd voor de Fransen. Von Hompesch werd gewaarschuwd voor de Fransen, maar dacht dat het niet zo'n vaart zou lopen.

Op 10 juni 1798 verscheen een Franse vloot, bestaande uit 472 oorlogsschepen onder leiding van generaal Napoleon Bonaparte, voor de kust van Malta. Zij landden bij St. George's Bay en wisten binnen korte tijd een aantal steden en Gozo te veroveren. Al snel capituleerden de ridders van de Johannieterorde. Op 17 juni vertrokken de ridders van Malta. Malta leek nu in het bezit van de Fransen.

Veel Maltezers zagen de komst van Napoleon in eerste instantie wel zitten. De ridders van de Johannieterorde waren in hun ogen te conservatief en hielden vernieuwingen tegen. Bovendien was de ridderorde in staat van verval geraakt. De steun aan de Fransen verdween echter snel toen zij allerlei rijkdommen van het eiland begonnen te stelen uit de kerken. Napoleon, die zelf maar 6 dagen op Malta verbleef, wilde hiermee zijn campagnes in Noord-Afrika financieren. Toen hij van Malta vertrok zat zijn schip, de L'Orient, vol met gestolen goud en zilver. De nieuwe leider van Malta werd generaal Claude-Henri Belgrand de Vaubois. Tijdens zijn bestuur werden er steeds meer belastingen ingevoerd en verdween er werk. De economische situatie verslechterde en de Fransen respecteerden de religie van de Maltezers onvoldoende.

Ondanks de overgave door de ridders boden 2000 Maltese milities vanaf het begin van de invasie verzet tegen de Fransen. Ook veel andere Maltezers waren woedend over de manier waarop zij behandeld werden. Toen de Fransen op zondag 2 september 1798 de rijkdommen van de Karmelietenkerk van Mdina wilden veilen, brak er een opstand uit. Het Franse garnizoen in Mdina werd afgeslacht en hun commandant werd van het balkon gegooid. Al snel verspreidde de opstand zich over het hele eiland en Gozo. De Fransen trokken zich terug in Valletta en in de Citadella op Gozo, waar de Maltezers hen belegerden.

Op Gozo gaven de Fransen zich over op 28 oktober 1798. Gozo vormde hierdoor zo'n twee jaar lang een onafhankelijke staat: La Nazione Gozitana. Op Malta zelf duurde het langer. Omdat de Britse marine Napoleon toch al had verslagen in de slag om Aboukir, verzochten de Maltezers hen om hulp. De Britten worpen een blokkade van de Maltese havens op, waardoor de Fransen werden uitgehongerd. De Britse vloot, onder leiding van kapitein Alexander Ball, wist de Fransen uiteindelijk tot overgave te dwingen op 5 september 1800. Er stierven ongeveer 20.000 Maltezer burgers tijdens het beleg.

9. Britse periode

Malta werd door de Britten in 1801 gebruikt als tussenhaven bij de invasie en bevrijding van Egypte, dat ook bezet werd door de Fransen. Volgens het verdrag van Armiens (1802) zou Malta worden teruggegeven aan de ridders, maar dat wilde de bevolking zelf niet. Ze wilden dat de Britten het bestuur kregen over het eiland, maar die wilden op hun beurt niet. Toen in 1803 de Napoleontische oorlogen uitbraken en de Europese havens werden geblokkeerd voor de Britse handel, zagen de Britten het belang van Malta wel in. Valletta was één van de best gefortificeerde havens van de wereld. Bovendien lag Malta op een strategisch gezien zeer gunstige locatie. De Britten bouwden er werven, pakhuizen en ziekenhuizen. De ridderorde probeerde de macht over het eiland terug te krijgen maar slaagde daar niet in.

Door het verdrag van Parijs kreeg Groot-Brittannië vanaf 30 maart 1814 de soevereiniteit over Malta. Malta werd op 30 mei 1814 een kroonkolonie van Groot-Brittannië. Er kwam een gouverneur naar het eiland, maar de bewoners kregen vrijheid van religie en mochten hun eigen regels handhaven. Evenwel investeerden de Britten weinig in Malta. Na de Krimoorlog (1853 – 1856) tussen o.a. de Britten, Fransen en Turken tegen Rusland, werd Malta door de Britse Royal Navy ingericht als marinebasis. Dit bracht voorspoed naar het eiland. Na de opening van het Suezkanaal in 1869, werd Malta een belangrijke tussenstop voor schepen op de route tussen India en Groot-Brittannië. Met name kolen werden verhandeld, aangezien die na de Industriële revolutie steeds belangrijker werden.

Tijdens de beide wereldoorlogen werden de Britten stevig gesteund door de Maltezers. Tijdens beide oorlogen vormde Malta een belangrijke marinebasis. Ook was het eiland belangrijk vanwege het de grote militaire ziekenhuizen (met 25.000 bedden) die er gevestigd waren. Vanaf het jaar 1919 werd er tegen de bezetting door de Britten geprotesteerd. Dit naar aanleiding van het economische verval en de recessie waarin Malta geraakte na de Eerste Wereldoorlog. Op politiek niveau ontwikkelden de Maltezers zich steeds meer, waardoor een zelfstandige staat niet meer onmogelijk leek.

10. Tweede Wereldoorlog

De aanvang van de Tweede Wereldoorlog ging aan Malta grotendeels voorbij. Duitsland en Polen, waar de oorlog begon, waren immers ver weg. Dat veranderde toen het Italië van Benito Mussolini op 10 juni 1940 de zijde van Adolf Hitler koos. Een dag later vlogen de eerste Italiaanse bommenwerpers al boven Malta. Malta was slecht op de aanvallen voorbereid. De luchtmacht (uitgerust met drie Gloster Gladiator dubbeldekkers, genaamd 'Hope', 'Faith' en 'Charity') kon in eerste instantie niet beschikken over moderne vliegtuigen. Aangezien de Italiaanse luchtmacht over onbekwame piloten en slechte bommen beschikte, waren de problemen voor Malta aanvankelijk te overzien. De Italiaanse vliegtuigen waren slecht bepantserd en vluchtten bij enig verzet. Dat veranderde naarmate de Britse marine vanuit Malta succesvoller werd bij aanvallen op de Duitse vloot die de campagne van Erwin Rommel in Noord-Afrika moest bevoorraden. Een complete Duitse luchtvloot werd vanuit Rusland naar Sicilië gedirigeerd om Malta te bestoken. De matige luchtafweer, die voornamelijk werd bemand door vrijwilligers, zorgde ervoor dat de Duitse en Italiaanse bommenwerpers vrij spel hadden. Vooral Valletta , het gebied eromheen en de luchthavens lagen voortdurend onder vuur. Voorraden konden slechts via zee worden aangevoerd en de konvooien waarin dit gebeurde, vormden een constant doelwit, waardoor vaak niet eens de helft van de schepen Malta bereikte. De situatie leek hopeloos en in mei 1942 werd uitgerekend dat Malta in augustus van dat jaar zou moeten capituleren. Keerpunt in de uitzichtloze situatie was Operation Pedestral, met als resultaat de aankomst van de tanker SS Ohio. Het Santa Maria-konvooi, waarin het schip voer, was door aanvallen sterk uitgedund en het schip zelf raakte zwaar gehavend. Als door een wonder wist de tanker de haven te bereiken en haar kostbare lading af te leveren. Dit gaf de bevolking moed en sterkte de moreel.

Doordat Malta kon beschikken over steeds betere vliegtuigen, die met vliegdekschepen binnen het bereik van Malta werden gebracht, werden er steeds meer successen tegen de Duitsers en Italianen geboekt. Zo werden de konvooien met voorraden van de vijandige troepen nu ook vanuit de lucht aangevallen. Hierdoor kwam de bevoorrading van de Nazi's in Noord-Afrika tot stilstand, waarna de troepen van de Britse generaal Bernard Montgomery ze verder konden terugdringen. Bovendien verdwenen de Duitse bommenwerpers boven Malta, omdat deze nodig waren in de strijd tegen de Russen aan het Oostfront. Hierdoor kon Malta zich herstellen en als basis dienen voor de geallieerde opmars richting Sicilië.

De vele grotten en gangenstelsel in de natuurstenen ondergrond van Malta, boden de bevolking bescherming tegen de exploderende bommen. Boven de grond werd echter veel verwoest. De bevolking probeerde na elke luchtaanval de draad van het dagelijkse leven weer op te pakken. Toen in juni 1943 de balans kon worden opgemaakt, bleek dat 1490 burgers de oorlog niet hadden overleefd. 35.000 huizen waren vernietigd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Malta heviger gebombardeerd, door Duitse en Italiaanse bommenwerpers, dan welk ander doel ter wereld ook. Toch hield Malta stand. Hiervoor ontving de bevolking op 17 april 1942 het George kruis van de Britse koning George IV. Dit is een zeldzame onderscheiding voor getoonde moed voor mensen die niet in actieve militaire dienst zijn. Momenteel is het kruis in de vlag van Malta verwerkt. De uitreiking van het kruis werd overigens ook verstoord door een luchtaanval.

De Britse BBC heeft, onder de naam 'People's war' een website gemaakt waarop burgers en militairen hun indrukwekkende verhalen over de Tweede Wereldoorlog vertellen. De Engelstalige verhalen over de oorlog in Malta zijn hier te vinden.

11. Onafhankelijkheid

Voor de oorlog, vanaf het jaar 1936, gold er in Malta een koloniaal regiem. In het jaar 1947 werd Malta voor het eerst autonoom. Deze autonomiteit werd in het jaar 1958 ingetrokken. In het jaar 1961 werd de staat Malta uitgeroepen, waarna in 1962 de autonomie weer werd hersteld. Vanaf 21 september 1964 is Malta onafhankelijk van Groot-Brittannië. Het werd wel onderdeel van het Britse gemenebest; het huidige Gemenebest van Naties (Commonwealth of Nations). Het symbolische hoofd van deze vrijwillige verbintenis is de Britse koningin Elizabeth de tweede. Vanaf het jaar 1974 is Malta een republiek. Vanaf het jaar 1979 is Malta, met het verkrijgen van de neutraliteit, volledig onafhankelijk van de Britten. Op 1 mei 2004 sloot Malta zich aan bij de Europese Unie.

Economie

Malta behoort tot de monetaire unie en daarom betaalt men er met de Euro. Deze munt werd op 1 januari 2008 ingevoerd in Malta.

Malta kan maar voor 20% in haar eigen voedingsbehoeften voorzien. Veel voeding moet dus worden geïmporteerd. De economie is daardoor erg afhankelijk van de handel met andere landen en het toerisme. Vooral vanuit Italië, Frankrijk, Groot-Brittannië en Duitsland worden goederen geïmporteerd, terwijl de grootste exportpartner Singapore is. Ook naar de Verenigde Staten, Frankrijk, Groot-Brittannië en China wordt veel geëxporteerd.

De beroepsbevolking van Malta is erg productief. Vooral in de elektronica, scheepsbouw-, voeding- en kledingsindustrie wordt veel geproduceerd. De meeste van de geproduceerde artikelen zijn bestemd voor de buitenlandse markt. Zo worden onder andere de playmobilpoppetjes geproduceerd op Malta. Veel van het kalksteen (globigerinenkalksteen), waar de ondergrond van de eilanden voornamelijk uit bestaat, wordt als bouwmateriaal geëxporteerd.

Het toerisme vormt een voortdurend groeiende sector. Ongeveer 41.000 mensen zijn werkzaam in deze beroepsgroep. Jaarlijks bezoeken ongeveer 1.2 miljoen toeristen het eiland, waarvan de meeste in juli en augustus aankomen. Onder hen zijn er ongeveer 450.000 die uit Groot-Brittannië komen. Zij worden gevolgd door de Duitsers met ongeveer 160.000. Onder de reizigers uit de Benelux wordt Malta steeds populairder. Toeristen zijn verantwoordelijk voor ongeveer 35% van het bruto binnenlands product van het land. De meeste toeristen komen met het vliegtuig naar het Luqa international airport. Tevens doen jaarlijks maarliefst 360 cruiseschepen het eiland aan en dat aantal groeit nog steeds. Behalve toerisme rond het mooie weer en de historische bezienswaardigheden, ontwikkelt Malta zich steeds meer als wellnessbestemming.

Wanneer vroeger de schepen niet uit konden varen, of als er geen werk was in de havens, hielden de mannen zich bezig met het vervaardigen van gebruiksgoederen; zoals potten, glas, beelden en textiel. Vandaag de dag worden deze artikelen nog steeds geproduceerd. Hoewel de kwaliteit, van met name het glas, zeer hoog is, is de handel tegenwoordig toch vooral bedoeld om toeristen een poot uit te draaien.

Het logo van SmartCity

In de dienstensector zijn de banken belangrijk. Daarnaast kun je veel callcenters op het eiland vinden. Hierin zijn bijvoorbeeld de helpdesks van bedrijven in Engels sprekende landen gevestigd. Microsoft en HSBC-bank zijn hier voorbeelden van. Nederlandse bedrijven die actief zijn in de ICT outsourcen steeds meer werkzaamheden naar Malta, omdat de personeelskosten in de ICT op Malta ongeveer 35% lager zijn dan in Nederland. Ook bedrijven uit andere EU-landen zien Malta om die reden als aantrekkelijk locatie voor nearshore outsourcing. Malta ziet grote kansen in de e-business en heeft daarvoor zelfs een heuse e-minister aangesteld. Dit heeft geleid tot het plan SmartCity Malta; een investering van 275 miljoen euro voor de ontwikkeling van een gebied, nabij de plaats Kalkara, ter grote van 360.000 vierkante meter aan hypermoderne kantoren, woningbouw, winkels en recreatie. Het plan moet uiteindelijk 5.600 banen, voornamelijk in de informatietechnologie, opleveren.

Voor de landbouw is men afhankelijk van vruchtbare vulkaangrond dat vanaf het eiland Sicilië wordt geïmporteerd. Op deze grond worden voornamelijk aardappels, bloemkolen, druiven, tarwe, gerst, tomaten en citroenen verbouwd. Veel van deze producten zijn bestemd voor de binnenlandse markt. Een substantieel deel wordt echter ook geëxporteerd. De Maltezer aardappelen zijn bijvoorbeeld erg populair in Nederland. Voornamelijk vanwege het feit dat deze aardappelen geoogst worden op het moment dat wij zelf niet over jonge oogst kunnen beschikken. Behalve naar Nederland worden deze aardappelen maar sporadisch naar andere landen geëxporteerd. Van de tomaten die groeien op de eilanden wordt de tomatenketchup gemaakt voor de McDonald's vestigingen in de landen aan de Middellandse Zee.

In de visserij is Malta voornamelijk berucht om de vangst van blauwvintonijnen. De tonijn wordt voornamelijk gevangen voor de Japanse sushi-industrie. In Malta levert de handel in tonijn tientallen miljoenen euro's op en leven er duizenden mensen van. De blauwvintonijnen worden vetgemest in tonijnboerderijen voor de kust, alvorens ze worden afgeschoten en naar Japan worden geëxporteerd. Door schaamteloos te frauderen met de tonijnadministratie kon Malta uitgroeien tot een belangrijke factor in de wereldhandel in deze vissoort. De blauwvintonijn is echter een met uitsterven bedreigde vis. De internationale gemeenschap probeert de handel in de vis te verbieden, maar een sterke lobby houdt dat tot nu toe tegen. Waarschijnlijk komt zo'n verbod er in 2011 alsnog.

Malta is zeer bekend om de pyrotechnische industrie. Vooral rond de plaats Zurrieq vind je veel vuurwerkfabriekjes. Het vuurwerk wordt vooral gebruikt bij de festas (dorpsfeesten) en op landelijke feestdagen. Er zijn verschillende spectaculaire vuurwerkshows, waarbij de verschillende fabriekjes elkaar flink beconcurreren. Dit alles niet zonder gevaar. Op 12 maart 2008 bijvoorbeeld, ontplofte in een illegale opslag in de plaats Naxxar ruim een ton vuurwerk. Hierbij kwamen twee mensen om het leven en werd veel materiële schade aangericht. De discussie over het verbieden van de productie en ongecontroleerde opslag van vuurwerk laaide hierdoor weer op. Dat deed het ook al toen op 27 juni 2007 bij Gharghur vijf jongeren omkwamen bij een explosie in een vuurwerkfabriek. Tegenstanders van een verbod wijzen erop dat vuurwerk bij de cultuur van Malta hoort. Toch wordt de groep die voor een verbod is steeds groter.

Ondanks een gunstig vestigingsklimaat zijn er niet veel Nederlandse bedrijven actief in Malta. Vooral het mislopen van een opdracht door het Nederlandse bedrijf SIMED in 2003 is hier debet aan. Dit bedrijf was in de race voor de levering van de medische infrastructuur voor het nieuwe Mater Dei ziekenhuis in Msida. Een opdracht met een waarde van ongeveer zeventigmiljoen euro. Door corruptie tot op politiek niveau werd de opdracht echter gegund aan het Italiaanse INSO-Esaote. Het product dat INSO leverde was echter financieel en technisch inferieur aan dat van SIMED. Bovendien kregen de Italianen bij het bieden privileges die de SIMED niet had. Zo konden de Italianen hun bod tussentijds aanpassen aan het bod van de Nederlanders en werden internationale richtlijnen niet nageleefd. Het leidde tot een politieke rel, nadat door de oppositie (Labour Party) vragen werden gesteld over de kwestie. Mede door dit voorval staan met name Nederlandse en Duitse bedrijven niet te springen om te investeren in Malta. Ook de financiële betrokkenheid van Maltese banken in het fraudeschandaal rond het Italiaanse zuivelconcern Parmalat doet het land weinig goeds.

Vanwege de aanwezigheid van grote natuurlijke havens nabij de hoofdstad Valletta, vormt de bouw en reparatie van schepen van oudsher een belangrijke bron van werk en inkomsten. Vanwege de concurrentie van landen buiten Europa, is hier in het nieuwe millennium de klad in gekomen. In 2008 zijn delen van de scheepswerven gesloten en zijn er delen geprivatiseerd. De laatste arbeiders in overheidsdienst verlieten de werf op 31 maart 2010. De ondergang van de werven werd ingeluid door een megaopdracht voor de verbouwing van twee zogenaamde 'semi-submersible heavy transport'-schepen (Fjord en Fjell) voor het in Rotterdam gevestigde Fairstar Heavy Transport. Door vreemde constructies in de aanbestedingen verdienden onderaannemers veel geld, terwijl de werven verlies draaiden. Veel werknemers verloren hierdoor hun baan en anderen werden met vervroegd pensioen gestuurd. In juni 2010 werden de werven definitief geprivatiseerd en overgenomen door het Italiaanse bedrijf Palumbo.

Malta staat er om bekend dat er veel zeeschepen geregistreerd staan. Maarliefst 1438 van de 9732 Europese registraties voor zeeschepen is Maltees. De Maltese handelsvloot is daarmee qua omvang de vierde van de wereld.

Flora & Fauna

Malta staat bekend om het Maltezer leeuwtje; een hondenras met witte lange haren, uitstaande oren en een wollige staart. Deze dieren kom je op Malta nauwelijks tegen. Ze leven er niet in de natuur en worden vrijwel niet gehouden als huisdier. Wel leven er mediterrane kameleons, gekko's en kleine muurhagedissen, met een maximale lengte van 20 centimeter in het wild. Gifslangen leven er niet op Malta. Wel zijn er vleermuizen, egels en zoetwaterkrabben. Voor grotere dieren zijn de eilanden gewoon te klein. In het hoogseizoen laten de cicaden (il-werzieq) zich regelmatig horen in het buitengebied. Meestal zitten ze verscholen in grote bomen. Als het donker wordt maken krekels (il-grillu) een zelfde soort geluid.

Er is slechts één bos op Malta. Dit aangeplante bos wordt Buskett Gardens genoemd. Behalve daar groeien bomen vooral los van elkaar of in kleine groepen. Olijfbomen aarden goed in Malta. Daarnaast is het ook mogelijk cipressen, tamarisken, laurierbomen en amandelbomen aan te treffen. Op de bodem van steengroeven zijn vaak fruitbomen aangeplant, zoals sinaasappelbomen. Veel exotische tropische bomen worden aangepland om erosie tegen te gaan. Daarnaast zijn er verschillende soorten cactussen te vinden die hun oorsprong hebben in Mexico en die in Malta goed aarden. Opvallend is vooral de honderdjarige aloë (Amerikaanse Agave). In bloei kan de cactus ruim 10 meter hoog worden en daardoor wordt vaak gedacht dat het een boom is. Ook oorspronkelijk uit Mexico komt de Opuntia of schijfcactus. Hiervan staan er duizenden in Malta.

De Maltese centaurie (Palaeocyanus crassifolius) is de nationale plant van Malta. Deze plant groeit op de rotsen in een klein bosje, waaruit lange sprieten groeien. Wanneer de plant in bloei staat, groeit daar een roze bloem uit. De plant groeit, behalve in Malta, nergens anders. Een groot deel van de overige gewassen in Malta bestaat uit struiken en kruiden, zoals munt, tijm, basilicum en rozemarijn. Voor de rest laat de begroeiing van Malta zich vergelijken met die langs de kust van andere landen aan de Middellandse Zee.

Google
 
Web www.maltapagina.nl



Zoeken met Google en Flickr

Creative Commons License