The three cities
The three cities (highlight)
Ten oosten van het Sceberras schiereiland, waarop Valletta ligt, liggen drie steden genaamd Birgu (Città Vittoriosa), Senglea (Città Invicta of Isla) en Bormla (Città Cospicua). Deze steden worden gezamenlijk 'the three cities' genoemd. Ze liggen net als Valletta allen aan de zeearm die de 'Grand Harbour' heet. De steden waren erg belangrijk in het begin van de periode waarin de Johannieters heersten over Malta.
Het gebied waarin de steden liggen werd al bewoond tijdens de Fenicische periode. De 'Grand Harbour' gaf de Feniciërs destijds bescherming tegen de zee. Van bouwwerken uit deze periode is niets overgebleven.
Toen de ridders van de Johannieterorde in het jaar 1530 op het eiland aankwamen, was er behalve het fort Sint Angelo uit het jaar 1274 weinig dat hen bescherming bood. Dit fort was niet toegerust om weerstand te bieden tegen een grote aanval van de Ottomanen (/ Turken). Onder leiding van grootmeester Fra Philippe Villiers de L'Isle-Adam werd begonnen met de fortificatie van fort Sint Angelo en de stad Il Borgo (van 'Burg' en het latere Vittoriosa). In de stad werden allerlei voorzieningen aangebracht, zoals ziekenhuizen, paleizen en kerken. Onder leiding van Fra Claude de La Sengle werden fort Sint Michael en de stad Senglea (genoemd naar La Sengle) gebouwd.
Toen op 18 mei van het jaar 1565 een leger met 200 schepen met daarop 48.000 Ottomanen het eiland probeerde te overmeesteren, was grootmeester Fra Jean de La Vallette aan de macht. Met 6.000 troepen wist hij de maanden voortdurende aanvallen op Il Borgo met succes af te slaan. La Vallette en zijn mannen stierven liever dan dat zij zich aan de 'barbaren' overgaven. Op 6 september landden er 8.000 Spaanse soldaten op het eiland, waarna de Ottomanen de strijd opgaven. Na de strijd werd de stad Citta' Vittoriosa genoemd; Stad van de overwinning/victorie. Omdat er werd gevreesd voor meer aanvallen op het eiland werd begonnen met de bouw van Valletta. Hierdoor verloor Vittoriosa haar belangrijke bestuurlijke rol. De regio rond de stad bleef wel belangrijk voor de scheepvaart. Er lagen verschillende werven en het was de thuisbasis van de vloot van de Johannieters.
Een eeuw later werd de regio waarin de steden liggen getergd door aanvallen vanuit het binnenland. Daarom besloot grootmeester Fra Nicholas Cottoner de steden ook tegen dergelijke aanvallen te beschermen. Om de steden, die de Cottonera (il-Kottonera) werden genoemd, bouwde hij in het jaar 1670 van zijn eigen geld verdedigingswerken heen. Hierdoor werd de Cottonera goed beschermd. De Cottonera kon, behalve aan de eigen bevolking, bescherming bieden aan 40.000 vluchtelingen en hun vee. Door de veiligheid die werd geboden bloeide de handel in de steden op. Tot op de dag van vandaag zijn de werven in Senglea en Cospicua (Bormla) erg belangrijk.
Dat waren de werven ook in de tweede wereldoorlog. De Cottonera en fort Sint Angelo, als hoofdkwartier van de Engelse marine in de middellandse zee, waren een belangrijk doelwit voor de vijand. Tijdens de oorlog, die voor Malta van het jaar 1940 tot het jaar 1943 duurde, werd de regio dan ook voortdurend vanuit de lucht aangevallen. De inwoners van de steden werden geëvacueerd en veel van de oude gebouwen werden verwoest. Met name Senglea werd zwaar getroffen, terwijl in Vittoriosa veel belangrijke gebouwen intact bleven.
De Gardjola
Vandaag de dag hebben The three cities vooral een toeristische bestemming. Veel toeristen bezoeken de steden. Vooral de middeleeuwse verdedigingswerken zijn mooi om te zien. Vrijwel alle verdedigingswerken zijn ouder dan die van Valletta. Met name fort Sint Angelo in Vittoriosa is prachtig en vanaf de 'Safe Haven Garden' op de fortificaties in Senglea heb je een fantastisch uitzicht over de Grand Harbour en Valletta.
In Vittoriosa vind je het paleis van de inquisiteur (the inquisitors palace). De inquisiteur was de afgevaardigde van de paus op de Malta. Het paleis werd door de inquisiteurs gebruikt tot ongeveer 1770. De inquisiteur werd door de paus benoemd om de ridders in het gareel te krijgen/houden. In het 'paleis' werden ketters en andersdenkenden vastgezet, totdat zij veroordeeld werden tot de galg. Dit gedeelte was geluidsdicht afgesloten van het gedeelte waar de inquisiteur verbleef. Vandaag de dag is er een museum over de geschiedenis van het gebied gevestigd in het paleis. Er worden onder andere originele attributen uit de periode van de inquisiteurs tentoongesteld. In het gebouw vond een vreemd voorval plaats, dat het 'Quaker incident' wordt genoemd. Twee Quaker-dames (ondogmatische gelovigen), Katherine Evans en Sarah Chevers, wilden Malta redden van het katholicisme. Ze werden direct in de kerker gegooid. Vanuit een raam wisten ze drie jaren lang Bijbelse teksten naar buiten te schreeuwen. Dit deden ze in het Engels, wat niemand verstond. Het geschreeuw kwam tot een einde toen de paus de vrijlating van de dames beval.
In een oude bakkerij in Vittoriosa is een maritiem museum gevestigd. Behalve enkele historische boten en navigatiemiddelen vind je hier historisch oorlogstuig, zoals kanonnen en modellen van oorlogsschepen, voornamelijk uit de tijd van de Britten. Naast het maritiem museum staat één van de eerste parochiekerken van Malta. Deze middeleeuwse kerk is opgedragen aan Sint Laurens (Laurentiuskerk). Het is een kerk in barokke stijl met een prachtig interieur, waarin onder andere rood marmer en mooie schilderingen zijn verwerkt. Tevens vind je hier het schilderij Het martelaarschap van de heilige Laurentius van Mattia Preti.
Vanuit de beginperiode van de ridders zijn enkele Auberges bewaard gebleven, waar de eerste ridders verbleven. Senglea wordt ook wel Picolla Venezia (kleine Venetië) genoemd, omdat de huizen hier direct aan de waterlijn liggen. De kleine bootjes die er varen geven een soortgelijke romantiek als Venetië heeft. Erg bekend is de Gardjola van Senglea. Dat is een uitkijkpost op een hoek van het bastion dat de stad beschermde. De Gardjola biedt een goed uitzicht over de Grand Harbour.
In totaal zijn er acht bastions die zijn te bezoeken. Om de Cottonera binnen te komen zijn er 5 poorten gebouwd, zoals de 'Cottoner gate', 'Senglea gate' en de 'Couvre porte'. Alle poorten zien er imposant uit. Tevens is aan de poorten te zien hoe dik de stadsmuren waren.
Zoals gezegd liggen er ook werven in Senglea en Cospicua. De Grand Harbour, die de steden omringt, is één van de diepste natuurlijk havens ter wereld. Bovendien biedt de zeearm bescherming tegen de woeste zee. Olietankers kunnen met gemak de haven binnen varen. Zelfs de grootste cruiseschepen en vliegdekschepen doen de haven met enige regelmaat aan. Met name Cospicua is momenteel een industriestad geworden. Er werken maarliefst 4.000 mensen in de droogdokken van deze stad. Met name, het door Chinezen gebouwde, droogdok nummer 6 is erg groot. Hierin passen de grootste schepen ter wereld. Helaas ziet de toekomst van de industrie in de havens er niet rooskleurig uit. Er is een voortdurende dreiging van reorganisaties.
De oppervlakte die the three cities gezamenlijk bedekken is niet verschrikkelijk groot. Wanneer je er eenmaal bent ligt alles op loopafstand. De steden zijn dan ook het beste te voet te verkennen. De grootste attracties worden goed aangegeven met behulp van wegwijzers. The three cities zijn te bereiken met de bus. Buslijnen 1, 2, 3, 4 en 6 gaan naar the Three Cities. Het is ook mogelijk om vanuit Valletta een authentieke boot (Dghajjes) te nemen. Deze worden ingezet door kleine bedrijfjes, zoals A&S Water Taxis.



