Treinen en trams op Malta
Behalve de bekende bussen reden er in het verleden ook treinen en trams op Malta. Alleen in Birkirkara kun je in de vorm van het oude stationsgebouw en een gerestaureerde wagon nog resten van dit deel van de geschiedenis vinden.
Treinen
Postzegels van de treinen op Malta.
De trein (Linja) reed vanaf het jaar 1883 over het eiland. De treinen heetten officieel il-Vapurtal-Art (landstoomboot), maar in de volksmond heetten ze Xmundifer (van chemin de fer, wat in het Frans 'spoorweg' betekent). Het spoor liep van Valletta langs Msida, Santa Venera, Birkirkara, Balzan, Attard, San Anton en Notablie. Later, in het jaar 1900, werd de spoorlijn verlengd tot het Museum station bij Mdina.
Trein in Valletta.
De spoorwegmaatschappij bezat in totaal 10 olijfgroene stoomlocomotieven die het traject, van bijna 13 kilometer, in ongeveer 35 minuten konden afleggen. Behalve voor het vervoer van passagiers werd de trein gebruikt om goederen en post te vervoeren. Naarmate de tijd vorderde kwam er echter steeds meer concurrentie van de tram en omnibus - een soort gemotoriseerde koets -. Door deze concurrentie was de spoorwegmaatschappij gedwongen om op 2 april van het jaar 1931 te stoppen met het uitvoeren van de dienstregeling. Sindsdien heeft er geen transport over spoorrails meer plaatsgevonden op Malta.
Trams
Behalve treinen reden er ook trams op Malta. De eerste tram reed rond op 23 februari van het jaar 1905. De trams waren uitermate gammel en oncomfortabel. Het was echter een snelle vorm van transport, waardoor het enige tijd toch populair was met de Malta tramways te reizen. Boeren namen hun koopwaar mee om naar de markt in Valletta te gaan. Behalve fruit en groenten betrof het ook kippen en konijnen. De trams hadden twee verdiepingen. Beneden zat de bestuurder met maximaal 20 passagiers en de conducteur. Boven waren 18 onoverdekte zitplaatsen. Passagiers mochten hier niet staan, omdat vlak boven hun hoofden de bovenleiding liep en zij daardoor het risico liepen geëlektrocuteerd te worden. Ook wanneer de tram geen verbinding met de grond maakte (bijvoorbeeld wanneer er zand op de rails lag) liepen mensen die gelijktijdig zowel de tram als de grond aanraakten dat risico. De snelheid waarmee de trams zich voortbewogen lag rond de 15 km/h. Om te voorkomen dat dieren of mensen ernstig gewond raakten zat er een metalen koevanger voor de tram. Uiteindelijk werden de trams op 15 december het jaar 1929 vervangen door bussen, welke een stuk sneller en efficiënter waren.



